Het stelsel energieprestatie van gebouwen (EPG) vormt de basis voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen in Nederland.
Het stelsel zorgt ervoor dat de energieprestatie van gebouwen op een eenduidige, betrouwbare en transparante manier wordt vastgesteld.
De uitkomsten worden gebruikt voor onder andere:
Het stelsel energieprestatie van gebouwen bestaat uit meerdere samenhangende onderdelen. Samen zorgen deze onderdelen ervoor dat de energieprestatie van gebouwen op een consistente manier wordt bepaald.
De belangrijkste onderdelen zijn:
Bepalingsmethode
De bepalingsmethode beschrijft hoe de energieprestatie van een gebouw wordt berekend.
Lees meer over de NTA 8800 >>
Om de energieprestatie te kunnen berekenen, zijn gegevens van het gebouw nodig.
De opnameprotocollen beschrijven:
Dit zorgt ervoor dat adviseurs op een uniforme manier werken.
Om de kwaliteit van de berekeningen te waarborgen, gelden eisen aan:
Deze eisen zijn vastgelegd in beoordelingsrichtlijnen (BRL’en), die de basis vormen voor certificering.
De berekeningen worden uitgevoerd met gecertificeerde software.
De resultaten worden vastgelegd in landelijke systemen, zoals:
Het energielabel is een belangrijke uitkomst van het stelsel.
Het label geeft inzicht in:
Het energielabel wordt gebruikt bij onder andere verkoop, verhuur en beleidsdoeleinden.
De verschillende onderdelen van het stelsel zijn nauw met elkaar verbonden.
Globaal zijn er twee samenhangende lijnen:
Samen zorgen deze lijnen ervoor dat de energieprestatie van gebouwen op een consistente en controleerbare manier wordt bepaald.
Binnen het stelsel energieprestatie van gebouwen werken verschillende partijen samen.
Iedere partij heeft een eigen rol in de ontwikkeling, toepassing en borging van de energieprestatie van gebouwen.
Het stelsel wordt:
Samen zorgen deze partijen voor een eenduidige en betrouwbare bepaling van de energieprestatie.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
Rol: beleid en regelgeving
Het ministerie van BZK is verantwoordelijk voor:
BZK is daarmee systeemverantwoordelijk voor het stelsel.
NEN
Rol: ontwikkeling van de bepalingsmethode en regie op de inhoudelijke samenwerking
NEN is verantwoordelijk voor:
Daarnaast voert NEN de regie op de inhoudelijke afstemming en samenwerking binnen het stelsel, met name rondom de ontwikkeling en doorontwikkeling van de bepalingsmethode.
ISSO
Rol: kennisontwikkeling en praktische uitwerking
ISSO:
ISSO werkt daarbij binnen de kaders die door het stelsel worden vastgesteld en zorgt voor de praktische toepasbaarheid van de methodiek.
InstallQ
Rol: kwaliteitsborging en certificering
InstallQ is verantwoordelijk voor:
InstallQ bepaalt de kaders voor kwaliteit en borgt dat de uitvoering voldoet aan de gestelde eisen.
Certificerende instellingen
Rol: onafhankelijk toezicht en controle
Certificerende instellingen:
Zij zorgen voor onafhankelijke controle op de kwaliteit van de uitvoering.
Opleiders en exameninstituten
Rol: opleiding en toetsing van adviseurs
Opleiders en exameninstituten:
De inhoud en eisen voor opleidingen en examens worden binnen het stelsel vastgesteld (onder andere door InstallQ, met inhoudelijke bijdragen van ISSO).
Softwareleveranciers
Rol: implementatie van de methode in software
Softwareleveranciers:
De software moet voldoen aan vastgestelde eisen en wordt gebruikt door gecertificeerde adviseurs.
RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
Rol: uitvoering en registratie
RVO:
ondersteunt de uitvoering en monitoring van regelgeving
Certificaathouders (bedrijven)
Rol: uitvoering in de praktijk
Certificaathouders:
Zij voeren het stelsel in de praktijk uit en zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het energieprestatie-rapport.
Stichting KEGO
Rol: ondersteuning en kennisdeling
KEGO (Kenniscentrum Energieprestatie Gebouwde Omgeving):
fungeert als kennisplatform voor adviseurs
De samenwerking binnen het stelsel kan als volgt worden samengevat:
Samen zorgen deze partijen voor een consistent, betrouwbaar en toekomstbestendig stelsel voor de energieprestatie van gebouwen.
Het stelsel energieprestatie van gebouwen is continu in ontwikkeling.
Nieuwe inzichten, technieken en Europese regelgeving leiden tot aanpassingen en verbeteringen.
Een belangrijke ontwikkeling is de herziene Europese richtlijn EPBD IV, die leidt tot:
In het kader van deze ontwikkelingen wordt gewerkt aan een nieuwe bepalingsmethode: de bepalingsmethode 2030.
Deze nieuwe methode:
Tot de invoering van de nieuwe methode blijft de NTA 8800 van kracht.
Lees meer over de bepalingsmethode 2030 >>